Criminaliteit en gezinsvorming

Mioara Zoutewelle, MSc

Promotors:   prof. dr. mr. Catrien Bijleveld (NSCR), prof. dr. Aat Liefbroer (FSW-VU/NIDI) Co-promotor:  drs. Victor van der Geest

Dit onderzoek analyseert de samenhang tussen de criminele carrière en de relatiecarrière. Bij het bestuderen van criminaliteit vanuit een levensloopperspectief gaat het niet alleen om het in kaart brengen van individuele verschillen in criminele carrières, maar ook om de vraag hoe deze criminele carrière zich verhoudt tot de gezins- en arbeidscarrière. Een beperking van het huidige onderzoek is dat het zich vooral richt op de invloed van één van deze carrières (b.v. het al dan niet huwen) op gebeurtenissen in de criminele carrière, terwijl er in werkelijkheid mogelijk sprake is van wederzijdse afhankelijkheid. Transities in de levensloopdomeinen gezin en arbeid kunnen niet aleen van invloed zijn op gebeurtenissen in de criminele carrière, maar crimineel gedrag kan ook ingrijpende gevolgen hebben voor deze levensloopdomeinen. Ook kan deze samenhang het gevolg zijn van achtergrondkenmerken die gebeurtenissen in criminele carrières en beide levensloopdomeinen beïnvloeden. Voorbeelden van dergelijke achtergrondkenmerken zijn persoonlijkheid en opvoeding in het gezin van herkomst. 

Volgens de theorie van Gottfredson en Hirschi bestaat de relatie tussen leeftijd en criminaliteit onafhankelijk van geslacht, ras, inkomen en burgerlijke staat. Deze auteurs denken dat mensen stoppen met het plegen van crimineel gedrag doordat ze ouder worden, belangrijke levensgebeurtenissen zouden niet van invloed zijn op het proces van afname van criminaliteit. Sampson en Laub ontwikkelden de theorie van informele sociale controle. Deze theorie gaat ervan uit dat bepaalde factoren van invloed zijn op de individuele neiging tot crimineel gedrag. Ze leggen de nadruk op sterke sociale binding aan conventionele instituten als het huwelijk en beschouwen dat ‘goede dingen’ kunnen voorkomen bij ‘slechte mensen’. In dit project onderzoeken we de hypothesen voortkomend uit deze twee theorieën, dus het identificeren van een mogelijk causaal verband tussen huwelijk en criminaliteit en onderzoeken of het effect van huwelijk op criminaliteit waar is, of dat er sprake is van een spurieus verband. Bestaand onderzoek suggereert dat criminele activiteiten verminderen wanneer iemand trouwt. Echter, in bestaand onderzoek wordt vaak niet gecontroleerd voor mogelijk confounding factoren en richt zich slechts op mannen.

Om deze doelen te bereiken, analyseren we een rijke longitudinale dataset met informatie over zowel sociale achtergrond, persoonlijkheid en individuele karakteristieken en gezinsontwikkeling als complete informatie over gepleegde criminaliteit. Dit maakt het enerzijds mogelijk te controleren op wederzijds beïvloedende factoren in de beschreven relatie, en anderzijds, meer specifiek, de impact van intieme relatievorming op criminele carrières te onderzoeken, bovenop de impact van interindividuele verschillen. De mogelijkheid van het analyseren van een steekproef van vrouwen brengt ons op een minder onderzocht spoor in het beschrijven van verschillen tussen mannen en vrouwen.