Nieuwe Promovendi 2017

In 2016 is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen VU en NWO/NSCR. Onderdeel van de samenwerking is de facilitering van nieuw promotieonderzoek. Dit heeft in 2017 geresulteerd in vier nieuwe A-LAB promotietrajecten. De nieuwe A-LAB promovendi stellen zich hier voor.

14-12-2017 | 13:12

Janique Kroese

In september 2017 ben ik begonnen als promovenda bij het NSCR. Onder begeleiding van Wim Bernasco (NSCR), Jan Rouwendal (SBE) en Aart Liefbroer (FSW), ga ik onderzoeken hoe het kan dat kinderen die opgroeien in eenoudergezinnen vaker met de politie in aanraking komen dan kinderen die met beide ouders opgroeien. Ook ga ik kijken of er verschillen zijn in het aantal geregistreerde politiecontacten tussen kinderen die opgroeien in een eenoudergezin na een echtscheiding, in een eenoudergezin na een overlijden, en in een eenoudergezin waar een van beide ouders nooit deel van heeft uitgemaakt. Mijn eerste jaar zal voornamelijk bestaan uit het doen van literatuuronderzoek om goed inzicht te krijgen in wat wel en nog niet onderzocht is.

Voordat ik gestart ben met promoveren, heb ik in 2016 de onderzoeksmaster Sociale Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam afgerond. Mijn masterscriptie ging over het gedrag van ex-partners bij vechtscheidingen en de effecten hiervan op het welzijn van hun kinderen. Na mijn studie heb ik tegelijkertijd als junior docent en als onderzoeks- en onderwijsassistent gewerkt bij de Vrije Universiteit.


Rieneke Roorda

Rieneke Stelma-Roorda is in februari 2017 als A-LAB promovenda gestart met het project ‘Levenstestament, geplaveide zekerheid of onverharde weg met valkuilen?’. Rieneke (1991) studeerde Rechtsgeleerdheid (LLM, 2015) aan de VU en Children’s Rights (MSc, 2016) aan Queen’s University Belfast. 

Door middel van een levenstestament kunnen mensen voorzieningen treffen met het oog op een latere periode van wilsonbekwaamheid. Dit gebeurt door het aanwijzen van een vertrouwenspersoon die de financiële (bijv. belastingzaken) en/of niet-financiële belangen (bijv. medische beslissingen) van de ander gaat behartigen. Inmiddels is er een trend zichtbaar waarbij het levenstestament steeds populairder wordt ten opzichte van rechterlijke beschermingsmaatregelen. Het voordeel van een levenstestament is namelijk dat er veel ruimte is om zelf beslissingen te nemen. Daartegenover staat echter de vraag of in vergelijking met rechterlijke beschermingsmaatregelen, wel voldoende bescherming wordt geboden. Hierover is nog weinig bekend. De vraag die centraal staat in dit project is of het levenstestament het meest geschikte middel is voor het gestelde doel. Worden de verwachtingen die bij het opstellen van een levenstestament worden gewekt, ook waargemaakt? Welke problemen doen zich voor (denk bijv. aan misbruik door de vertrouwenspersoon), hoe vaak komen deze voor en in welke context? 

Rieneke zal hier in het kader van een promotietraject de komende jaren onderzoek naar doen onder begeleiding van Masha Antokolskaia (Hoogleraar privaatrecht in het bijzonder personen- en familierecht, VU), Kees Blankman (Universitair docent familie- en gezondheidsrecht, VU) en Veroni Eichelsheim (Onderzoeker, NSCR). 


Robin Kranendonk

Robin Kranendonk (MSc) Per 1 mei 2017 ben ik gestart als PhD-studente bij het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB), met Marijke Malsch (senior onderzoeker-NSCR) en Christianne de Poot (bijzonder hoogleraar Criminalistiek-VU) als promotor. Mijn promotieonderzoek richt zich op de knelpunten en risico’s die zich voordoen bij het horen van verdachten en getuigen met een licht verstandelijke beperking (LVB) tijdens een opsporingsonderzoek. Het gaat hierbij onder meer om het ‘herkennen’ van deze kwetsbare groep door de politie en de advocatuur en het risico op het afleggen van een onjuiste verklaring of valse bekentenis. 

In 2011 ben ik afgestudeerd in de richting van ‘Levensloopcriminologie’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Als stagiaire bij het NSCR hield ik mij bezig met onderzoek naar ‘de invloed van de perceptie van slachtoffers omtrent de intentie van daders op de slachtofferbehoeften in het strafproces’, waarvoor ik de ‘Masterscriptieprijs Criminologie VU 2012’ heb gewonnen. Vervolgens heb ik als ‘junior-onderzoeker’ meegewerkt aan onderzoeken naar: (1) de weergave van verhoren in processen-verbaal en het oordeel van de jurist omtrent onder meer de schuld van de verdachte, (2) de rol die scenario’s en hypothesen, opgesteld door politie en justitie, spelen bij de opzet van forensisch DNA-onderzoek en (3) de invloed van het gebruik van (audio)visuele opnamen van verdachtenverhoren op de inhoud van processen-verbaal, het oordeel over de verdachte, de aannemelijkheid van zijn/haar verhaal en de controlemogelijkheden van de rechter. Daarnaast ben ik in Oeganda en Zuid-Afrika werkzaam geweest in het begeleiden van straatkinderen en slachtoffers van zedendelicten en heb ik mij beziggehouden met het realiseren van een stichting voor hoogopgeleide jongvolwassenen met een arbeidsbeperking. In mijn promotieonderzoek komen mijn reeds opgedane studie- en werkervaringen mooi samen. 


Camiel van der Laan

In Augustus 2017 ben ik afgestudeerd van de research master Child Development and Education aan de UvA, een research master met een sterke focus op kwantitatieve onderzoeksmethoden. In augustus 2017 ben ik gestart als PhD student bij A-LAB. In mijn onderzoek richt ik mij op het relatieve belang van genen en omgeving in het verklaren van verschillen in agressief en norm-overschrijdend gedrag. Het PhD project is tot stand gekomen in samenwerking met de afdeling biologische psychologie van de Faculteit Gedrags en Bewegingswetenschappen aan de VU Amsterdam. Mijn promotor, Prof. Dr. Dorret Boomsma, en tweede copromotor, Dr. Michel Nivard, zijn verbonden aan aan de afdeling biologische psychologie, mijn eerste copromotor, Dr. Steve van de Weijer, is werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).